Home > Zwangerschap > Eerste controle

Eerste controle

Rond de negende week van de zwangerschap plannen we  de eerste controle, ook wel de intake. Bij deze controle krijgt u een echo, meestal zal deze inwendig (via de vagina) plaatsvinden. Tijdens het intakegesprek wordt er veel informatie gevraagd en gegeven en het is daarom ook belangrijk dat uw partner er ook bij is. 


Tijdens de intake (ongeveer 45 min) vragen we naar uw huidige gezondheid, uw medisch verleden, leefgewoontes, de gezondheid van uw partner en het verloop van eventuele eerdere zwangerschappen en bevallingen. We willen ook graag weten of er aangeboren afwijkingen voorkomen in uw familie of in die van uw partner.
Vervolgens bekijken we of er punten zijn die extra aandacht verdienen tijdens de zwangerschap, bevalling of kraamperiode. Bij hogere risicosituaties consulteren we de gynaecoloog of een andere specialist. 
Om de uitgetelde datum en de zwangerschapsduur te berekenen is het belangrijk dat u de eerste dag van de laatste menstruatie weet. Ook de datum van de zwangerschapstest kan van belang zijn.
Tijdens de intake controleren we verder uw bloeddruk en gewicht. Daarnaast nemen we bloed af voor een algemeen bloedonderzoek. Het bloed wordt onderzocht op de bloedgroep, rhesusfactor, irregulaire antistoffen, ijzergehalte, hepatitis B, HIV en chlamydia. Meer informatie over het bloedonderzoek leest u in de brochure 'Zwanger! Algemene informatie'.

Wat dient u mee te nemen bij de eerste controle?

  • geldig legitimatiebewijs,
  • (pas)foto,
  • eventuele gegevens van eerdere zwangerschappen en bevallingen, die niet bij ons hebben plaatsgevonden.

 

screening op down-, edwards- en patausyndroom

U kunt uw ongeboren kind laten onderzoeken op een aantal afwijkingen. Dit onderzoek heet prenatale screening. Er zijn twee verschillende testen:

  1. De combinatietest. Dit bestaat uit een bloedonderzoek bij de zwangere en echo-onderzoek van het kind. Het onderzoek kan tussen 9 en 14 weken zwangerschap. De nekplooimeting is een onderdeel van deze prenatale screening. Bij de echo (nekplooimeting) meten we bij het ongeboren kind de dikte van de nekplooi. De nekplooi is een dun laagje vocht onder de huid in de nek.
    De combinatietest berekent hoe groot de kans is dat uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. 
  2. De NIPT.  Dit is een bloedonderzoek. Voor het bloedonderzoek wordt bloed afgenomen uit uw arm. U loopt geen risico op een miskraam. De NIPT onderzoekt DNA. In het bloed van de zwangere zit ook een klein beetje erfelijk materiaal (DNA) van de placenta (moederkoek). Dit DNA is bijna altijd hetzelfde als dat van het kind. Het laboratorium kan zo onderzoeken of het kind down-, edwards- of patausyndroom heeft.
    Het onderzoek kan vanaf 11 weken zwangerschap. 

De NIPT ontdekt meer kinderen met down-, edwards- en patausyndroom en de uitslag van de NIPT klopt vaker dan de uitslag van de combinatietest. Zwangeren kunnen vanaf 1 april 2017 kiezen voor de NIPT, maar dat kan alleen als zij meedoen aan een wetenschappelijke studie (TRIDENT-2).

Klik hier voor meer informatie over de mogelijkheden van onderzoek.

We vertellen u ook meer over de mogelijkheden van testen/onderzoeken tijdens het intakegesprek.